Cornelis Koning 1893 - 1951

Portretfoto Cornelis Koning, vermoedelijk gemaakt tussen 1945-1951.

Over Cornelis Koning

Bij de dood van de kunstschilder Cornelis Koning

ZAANDIJK. Met grote verslagenheid vernamen wij Zaterdagochtend het bericht dat de kunstschilder Cornelis Koning in de nacht van Vrijdag op Zaterdag te Amsterdam was overleden. Het landschap onzer jeugd werd plotseling - hel verlicht - weer in onze herinnering geroepen. In die tijd, waarin we jong en enthousiast onze verlangens en idealen koesterden en de diepste en schoonste indrukken opdeden, hadden wij het voorrecht de vriendschap te verwerven van deze eenvoudige en zuivere mens. Geboren te Zaandijk in 1893, bezocht hij de Academie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam, waar hij tot de beste leerlingen behoorde. Reeds toen vertoonde zijn werk in aanleg die bijzondere kwaliteiten, die er later de grote waarde van zouden uitmaken. Wars van alle uiterlijkheden, wars van elk effectbejag, stelde hij zijn talenten in dienst om de edelste en schoonste aandoeningen van het menselijk hart te vertolken. Geen fonkelende kleurenschat, geen briljante onderwerpen had hij daarvoor nodig. Maar het zachte ruisen der stilte, de onzegbare tederheid en het zielvolle van mensen en dieren waren de grootste opgaven, die hij zich in zijn schilderingen van mensengroepen, landschappen en stillevens stelde en waaraan hij zijn ganse leven wijdde. Uit zijn beste werken spreekt een innigheid en zuiverheid van gevoel, die slechts de uitingen kunnen zijn van een groot en edel hart.

Even kalm en bescheiden als hij zich in dit leven bewoog, even stil heeft hij dit verlaten. Na in de tram onwel te zijn geworden, is hij enige uren later overleden. In zijn atelier ligt hij opgebaard, dicht bij het blanke stilleven, waaraan hij Vrijdag nog werkte.

Telkens bij het sterven van een goed en groot kunstenaar kunnen we een gevoel van bitterheid niet onderdrukken, dat de gemeenschap, die gaarne trots is op haar cultuur zich aan de scheppers dezer cultuur zo weinig gelegen laat liggen en hun de erkenning onthoudt, waarop zij zeker recht hebben. Maar bij de gedachte aan de grote wijsheid en goedheid van onze overleden collega verdwijnt dit gevoel van bitterheid, omdat wij de overtuiging hebben dat hij gelukkig heeft geleefd in de wetenschap dat hij tot de laatste ogenblikken met uitschakeling van ieder persoonlijk voordeel, zijn krachten slechts heeft gewijd aan het dienen van zijn goede en edele idealen.
Ik voelde me gedrongen in een Zaanse courant deze regels aan zijn nagedachtenis te wijden, omdat velen in de Zaanstreek Cornelis koning hebben gekend, en ook in Zaanse huizen zijn schilderijen hangen. Zijn vrienden en collega's zullen met eerbied aan hem blijven denken.

Arie van Mever in een Zaans dagblad (De Zaanlander?), dinsdag 4 december 1951.


"Cornelis Koning werd de tiende juli 1893 te Zaandijk geboren.
Reeds op jeugdige leeftijd tekende hij en kreeg les van de schilder F. Engel te Zaandam. Aanvankelijk dacht hij echter dominee te worden, maar toen hij zich op het gymnasium overwerkte, zag hij hier van af en besloot te gaan schilderen.

Hij bezocht de kunstnijverheidsschool te Amsterdam, maar moest om financiële redenen een werkkring op een kantoor aanvaarden.
Toch bleef hij in zijn vrije tijd schilderen en deed op zijn 24e jaar toelatingsexamen voor de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten.

Na een periode van hard en geconcentreerd werken werd het hem door bemiddeling van de heer G.A. van Rede, die ook al gedurende zijn academietijd belangstelling voor hem getoond had, mogelijk gemaakt samen met zijn vriend Jaap Kaal een studiereis naar Italië te ondernemen. Behalve een portret, dat elke schilder van zijn confrater maakte, leverde deze reis aan tastbare resultaten weinig op. Maar zijn begrip had zich wezenlijk verdiept en met de hulp van de heer van Rede, die nog tien jaar lang duurde, vond hij de weg, die hij verder gaan zou.

Hij vestigde zich in Amsterdam, werkte gedurende 4 jaar in Elst en kwam in 1935 voorgoed in Amsterdam terug. Hier leerde hij zijn vrouw kennen, die hem door haar begrijpende en inspirerende persoonlijkheid, tot grote steun werd.
Moge deze tentoonstelling een rustpunt zijn voor allen, die nog ontvankelijk blijken voor een standvastig en waarachtig streven."

Uit tentoonstellingscatalogus Stedelijk Museum Amsterdam bij de herdenkingstentoonstelling gehouden van 7 november tot 1 december 1952.
Tekstbijdrage Henk Broer.


..."Als een van de weinigen van de tijdgenoten en vrienden van Koning en Kaal en een van de laatst overgeblevenen van de groep De Zaankanters voldoe ik graag aan het verzoek van het Bestuur van het Weefhuis hier iets te zeggen. Voor velen uwer zullen mijn woorden klinken als uit een ver verleden, snel als de tijd nu eenmaal gaat en snel als de veranderingen in leven, werken en omgeving zich voltrekken en bovenal de veranderingen in stijlen en werkwijzen der kunstenaars. Maar toch vlei ik me met de hoop, dat er hier toch ook zijn, die in de werken die hier hangen, de sfeer van hun eigen omgeving uit vroeger jaren opnieuw zullen beleven. Of die sfeer nu spreekt uit portretten, stillevens of landschappen, doet er minder toe. Het gaat om het typisch Zaans karakter, dat uit dit werk naar voren komt.
Dit Zaans karakter werd gevormd door de eenvoudige omgeving, de intieme, innige, vooral niet pompeuze Zaanse bouw- en levensstijl. Dit heeft een onmiskenbaar stempel gedrukt op hun karakter en hun kunst.
Beiden waren toegerust met grote gaven, waren knappe tekenaars. Kaal was reeds op jeugdige leeftijd een fenomenaal tekenaar die velen zijner tijdgenoten overtrof. Het getuigt van een sterk karakter en vaste overtuiging, dat hun opvatting in de loop der jaren slechts weinig verandering onderging.

Wat was die opvatting?

Ze zochten in al hun werken de diepe roerselen der ziel te openbaren. De zachte aandoenlijkheid van stille dingen, de fluisteringen van de avondwind, het fijne grijze licht van de schemering en de adel en de grootheid van een eenvoudig mensengelaat. Daarop en daarop alleen was hun aandacht en streven gevestigd, nooit op het tentoonspreiden van knapheid of technische bedrevenheid.

Hoe zochten ze dan die opvatting tot uiting te brengen?

  • Door middel van een sterke gebondenheid aan de realiteit. Geen gesmeer en quasi diepzinnigheid in onherkenbare signalen of abstracte tekens. De realiteit was hun uitgangspunt.
  • Door een juiste vormgeving. Door een eenvoudig palet, wat aardverven, bruin, grijs, roze, een enkel wit.
  • Door een atmosferische schildering. Ze waren meer tonalisten dan coloristen. Uitspraak van Kaal: "Als de vorm goed is, komt de kleur vanzelf wel".
  • Vorm boven kleur.

Ze hadden door hun eenvoud een niet gemakkelijk leven. Ze werden weinig gewaardeerd door het grote publiek. Ze werkten voor weinigen, die hun werk zeer hoog stelden en velen hunner collega's erkenden hen als belangrijke kunstenaars met grote bedoelingen. Ze waren echter niet te beklagen want waren koning op hen zelf gekozen terrein. Cornelis Koning leefde van 1893 tot 1951. De rustige, eenvoudige Koning, de zuiverheid sprekend uit zijn zielvol werk is wel de weerspiegeling van zijn nobele inborst. En Jaap Kaal werd in hetzelfde jaar geboren en stierf in 1960. Beiden brachten hun jeugd door te Zaandijk. Beiden zwierven als kind langs de wegsloot met de overhangende bomen en de talloze bruggetjes, beiden werden leerling van de Rijksacademie te Amsterdam. Koning volgde de dagklas, was uiteindelijk loge-leerling van de muurschilder Prof. Derkinderen. Kaal volgde de avondcursussen na eerst leerling te zijn geweest op de Burgeravondschool te Zaandam van Freek Engel waar hij zeer veel leerde. In die jaren tussen de twee wereldoorlogen sprak ik Kaal bijna dagelijks, we ondernamen studietochten, werkten samen aan de duinkant en de polders, bezochten tentoonstellingen en maakten plezier. Beiden, Koning en Kaal werden later lid van het oude Arti et Amicitiae. En nu, alweer jaren na hun dood, zijn beider werken in hun zo vertrouwde omgeving terug. Het stemt weemoedig dat dit nu eerst mocht gebeuren, maar tevens dankbaar, dat het Bestuur van het Weefhuis deze daad van begrip en erkenning heeft willen doen.
Beide oude vrienden mochten ook het geluk smaken, de levensgezellinnen te vinden die het spook der dreigende eenzaamheid verjoegen en hun tot steun en hulp waren. Ik wil ook hen bedanken voor hetgeen ze voor deze kunstenaars hebben gedaan en hebben betekend. Moge velen de boodschap van deze kunstenaars verstaan en in hun hart bewaren"...

Bij de opening van de tentoonstelling van werken van Cornelis Koning en Jaap Kaal in het Weefhuis in Zaandijk op 21 maart 1970.
Openingswoord uitgesproken door Arie van Mever (Zaandam 1899 - Heiloo 1978), beeldend kunstenaar, concertzanger, lid van Arti et Amicitiae en Arti-bestuurslid van 1946 tot 1966.